Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39 het. LEVEN

had en daar toe was voorbereid. Overzulks wierd hy zo wel vat veie andere Redenaaren, als van pytheas (r) befchimpt, die hem met verfmaading toeduwde, „ dat zy. ne Sluitredenen riekten naar de Lamp f* Bitter was het antwoord, dat demosthenes daar op paste; „ De Lamp, o py„ the as zeide hy, ziet my en U

„ in zeer verfchiller.de Verrichtingen on-> .„ ledigr — By anderen, evenwel, ontkende hy dit niet volftrektelyk; maar kwam 'er, veel eer, opentlyk voor uit, dat hy 0 doorgaans veel; fchoon niet altyd alles ge* fchreeven had , wanneer hy het Spreekgestoelte beklimmen moest. Zelfs hield hy fiaande, ,, dat iemand, die, eer dat hy tot het Volk ging ipreeken, vooraf bedacht en opltelde , wat hy zeggen zou , daar doof zyne Volksgezindheid kenbaar maakte ; na. demaal zodanige Voorbereidinge een bevvys

opCO Zie van dezen onze Aantek. op het Lev. v;q piiocion, ia het voorgaande X D. bl. 66, 67.

(ƒ*) Volgens LiBANfus (Ed. Demosih. WW, T. V, p. 302, B.) hield pytheas zich des nacxts op met het fteelen van Klederen, ily was, nasmelyk, behoeftig, tot dat Koning pkilippus het Toor zich nuttig oordeelde h«m om te koopei;.

Sluiten