Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van CICERO. ii9

geëindigd hebbende , hem tegen kwamen. Het eerst van allen was zyn oog juist gevallen op den zelfden , dien hy in den droom gezien had; waarop hy, getroffen van dit voorval , gevraagd had, wiens zoon deze was. Men zeide hem, dat deszelfs vader octavius was, een man van geen groot aanzien, maar dat hy tot zyne moeder had attia, eene zusters-dochter van cjesar; dat daarom c/esar, zelf geene kinderen hebbende, hem by uiterften wil tot erfgenaam van zyn huis en van zyne goederen had aangefleid. Van toen af, zegt men, had cicero hem telkens, als hy hem ontmoette, vriendelyk aangefproken, en de jongeling had getoond, dat hemz ulks aangenaam was: het geval had ook gewild, dat hy onder het Confulfchap van c i c e r o was geboren. * Deze omftandigheden werden in 't ge'meen als de aanleidende oirzaken van cicero's vriendfehap met c/esar opgegeven ; dan de waare oirzaken waren in de eerde plaats zyn haat tegen antoniüs, en ten tweeden zyne aangeborene eerzucht, die hem deed hopen, dat cjesars magt hem in zyne ftaatkundige oogmerken beIH 4] vor-

Sluiten