is toegevoegd aan je favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ross BIJBELS. II. BOEK, V.HOOFDST. 329

mige Reizigers, nog puinhoopen van overig zouden zijn.

Bij de hedendaagfche Samaritaanen, welke ten. getale van meer dan 200 famüiën nog te Naplufa. woonen, is deze berg (leeds in groote achting; zij noemen hem gemeenlijk „ den gezegenden berg." Zj hebben er ook een klein Kerkjen, werwaards zij, in fommige tijden des jaars, famenvloeiën, en hunne Godsdienst-plegtigheden verrichten. Zij hebben ook eene overlevering, dat deze berg, ten tijde van den Zondvloed, geheel droog gebleven zou zijn, misfchien heeft de hoogte van dezen berg, die, volgends josefus, zijn' kruin boven alle de omliggende bergen uitfteekt, daar aanleiding toe gegeven.

„ Van Samarïën af begint de grond bultig en „ oneffen te worden," het zijn de woorden van shaw (*), „vandaar, door Sichem, langs den „ gantfchen weg naa Jerufalem, heeft men niets „ dan bergen, enge doortogten, en valleien van „ onderfeheidene uitgeftrektheid. Onder de ber„ gen zijn die van Efraïm, zijnde de verlengde „ fchakei van Gerizim en Ebal, de uitgeltrektfte; „ en de meeften derzelven zijn overfehaduwd met „ hooge boomen, terwijl de valleien , welke er „ beneden zijn , lang en ruim zijn, en, in vrucht„ baarheid, voor het befte gedeelte vandenftm „ van Isfafcbar niet behoeven te wijken. —• De „ bergen van den ftam van Benjamin, welke nog „ verder zuidwaards liggen , zijn in het geween, „ meer dor dan die van Efraïm; derzelver fchakels „ zijn korter, en dus zijn er meer valleien." —•

Ik heb deze befchrijving dus hier bij een gevoegd , omdat het gebergte Efraïms, meermaalen

in

. (*) Reize II. Deel. bladz; 18.

x s