is toegevoegd aan je favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bes BIJBELS. II. BOEK, V, HOOFDST, 331

ten noorden van den berg Gaas. Anders vinden wij dezen naam niet, behalven dat er i sam. XXIII: 30, 1 chron.XI: 32. melding wordt

gemaakt van „ beeken (of dalen ) Gaas." >

Nog vinden wij den berg Zemaraïm 2 chron. XIII: 4. alwaar abiü, Koning van Juda, eene heerlijke overwinning bevocht over jerobe3m, Koning van Israël, en welke omfchreven wordt, te zijn in het gebergte Efraïms. Nu wordt er eene Had Zemaraïm gemeld in Benjamins erflot ps.XVTIl: 22, bij welke waarfchijnlijk de berg van denzelfden naam zal moeten gezocht worden, fchoon men zijne ligging niet met zekerheid bepaalen kan.

Gelijk de geheele bergftreek, die wy dus verre laatst befchreven hebben, „ het gebergte van Efraïm" genoemd wordt, zoo draagt het zuidelijk gedeelte des lands, hetwelk over het geheel niet min bergachtig is-, den naam van „ het gebergte vanjuda" jos. XX: 7. dewijl het, na het innemen des lands door de Israëliten; voornaamlijk aan den ftam van Juda ten deel was gevallen, voorheenen droeg het den naam van „ het gebergte der Amoriten. Dit gebergte befloeg de geheele zuidelijke landltreek van de Doode tot aan de Middellandfche zee, en vercenigde zich ten zuiden aan het gebergte Seïr; daarom zegt moses deut. I: 20. tot de' Israëliten, wanneer zij nu aan de zuider-grenzen van Kanaan genaderd waren: „ gij zijt gekomen tot het gebergte der Amoriten." —- Bij de Thatmudijlcn fchijnt het onder den naam van „ het Koningiijk gebergte" begrepen te worden, in hetwelk zij, naar de hun niet ongewoone grootfpraak, zeggen, dat 10000 fteden gelegen hebben (*)zeker is het, dat in dit gebergte veele fteden lagen

(*) Bij reland Palttji. pag. 345.