is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

des BIJBELS. 111. BOEK, IV. HOOFDST.

dezen Afgodsdienst te Bethel ééns zou verflooren, welke voorzegging omtrent 300 jaaren daarna vervuld werdt, den altaar deedt fcheuren, dat de asfche er af ftortte, terwijl des Konings hand, die hij uitftak, om bevel te geven , dat men dien Profeet zou vatten, verdorde, zoodat hij ze niet weder terug kon haaien. — Alleen werdt deze Afgodsdienst, doch Hechts voor een' korten tijd, gefchorst, toen abi3, Koning van Judo, na zijne overwinning öp jerob e a m, zich meester maakte van Bethel 2 chron. XIII: 19. Doch de Stad, naar het fchijnt, kort daarna door de Ui vaëliten op die van Judo, weder veroverd zijnde, werdt deze dienst daar weder herfteld; ten minften, wij lezen meermaalen van volgende Koningen van het Israëlitisch Rijk, dat zij niet af weeken van de zonde jekobeSms , des zoons Nebaths, die Israël zondigen deedt; en wat dit betekent, zien wij uit 2 Ron. X: 28, 29. alwaar van je hu gezegd wordt, dat hij wel den Afgod Baal te Samarid verdelgde, maar geenszins afweek van de zonden jEROBEaMS te volgen, te weten, de gouden kalveren, die te Bethel en te Dan waren. — Dit geeft opheldering aan de gefchiedenis van het verfcheurenvan 42 Kinderen van Bethel door twee beeren, op de vervloeking van den Profeet eliZa 2 kon. XXII: 23, 24, Deze jongens waren hoogstwaerfchijnlilk leerlingen der Afgodspaapen, en hun geroep eene uitdaaging, waarmede zij den Profeet ten toon Hellen, als die vruchteloos eene hervorming van den Godsdienst wilde ondernemen. {*) — Om dezen Afgodsdienst noemt de Priester amazia, die te Bethel waarfchijnlijk bij

dezen

(*) Vergelijk den Bijbel verdeed. IV. Deel. bladz. 45,46". F 2