Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 AARDRIJKS-KUNDE

Beërathfatia, 10 Stadiën van Kehila, alwaar de b< raafplaats zou geweest zijn van den Profeet

mkha.

Achzib (zie III. Deel Bladz. 120.)

m a r e s a,

het welk bij josefus doorgaands Marisfa heet, is, ten opzigte van deszelfs juiste ligging niet het-1 zeker te bepaalen. Volgends e ü s e b i üs lag zij niet meer dan twee Romeinfche mijlen van Eleutheropolis, zonder bepaaling naar welk gewest, doch, vermoedlijk, volgends den Heer b achiene (*) ten zuiden of zuidwesten. Ten tijde van HiëRONiJMüs, die haar Ma/era noemt, waren er nog eenige puinhoopen in zijnen tijd van overig. Desniettegenftaande meent de geleerde cella riüs (f;, dat men bij eusebiüs 12 Komemfche mijlen zou moeten lezen, en dat de btad Marre/a veel zuidelijker gelegen hebbe. Hoe het zij, zij behoorde tot den Stam Juda, en wel in de Laagte of'Nederlanden, j o s. XV: 44. r e h a b e a m de eerfte Koning van Juda , bevestigde deze Stad or Ier meer anderen in den aanvang van zijne regiering. 2 chron. XI: 8.

De Stad is merkwaardig geworden door eenen veldflag, in het dal Zefata, nabij dezelve voorgevallen, tusfchen as.i, den Koning van Juda, en ze r a h den Kufchitifchen Vorst, die, met eene verbaazende krijgsmagt, uit de binnenlanden van Afrika tor. hier toe was doorgedrongen, in dezen veldflag werdt de laatstgemelde Vorst met een zwaar Ternes geflagen, en geheel tot Gewr toe

vervolgd. 2 c hr on. XIV: 9* 15' „ ö Deze

(*) Loc. cit. bladz. 671.

(t) Geogr. Ant, Tom. II. pag. 499»

Sluiten