is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 AARDR IJ KS-KUNDE

gedeelte van eenen Stam buiten de eigenlijke grenzen des lands veroveringen maakt. Hier bij kan men voegen, dat immers de Stam van Manasfe ook' in twee onderfcheiden landftreken gewoond hebbe, ten westen en ten oosten van den Jordaan, en dat de Stam van Ban insgelijks, om de bekrompenheid van hun erfdeel, eene volkplanting na La'ts heeft gezonden, zonder dat daarom noch de één noch de ander gezegd wordt, verjïreoid te zijn geweest onder Israël. — Ik kan echter niet voorbij, den fcherpzinnigen venema te gewaagen-, welke aan de woorden van den Aardsvader gen. XLIX: 7. eenen geheel anderen zin gegeven heeft. (•*) — Deze geleerde man brengt de wóórden ik zal ze verdoelen enz. niet alleen tot simeoji en levi, maar ook tot rüben, en gelooft, dat dezelve eenen zegen voor deze Stammen in zich bevatten, nadat de Aardsvader hun, 'om gepleegde euveldaaden,de voorrechten der Eerstgeboorte ontzegd hadt; terwijl hij van dezelven leze vertaaling geeft; ik zal hun een deel geven in Jakob, tn hen doen overvloeden in Israël, welk laatfte hij ook bijzonder opheldert met het zoo even gemelde bericht 1 chron. IV.' — Men kan aan deze gedachten , in de daad, ;'den lof van vernuftig en fchijnbaar, niet ontzeggen, doch,het fchijnt wat gedrongen, dat men deze woorden ook betreklijk maakt tot Ruben, behalven dat de plaatzing der woorden, en het verband, waarin zij ftaan, de gewoone vertaaling meer begunftigt. — Weshalven ik liever met den Heer bachiene overèenftemme, in de opvatting van jakobs voorzeggingen. Doch, wanneer deze Schrijver (*) de

reden j,

(*) DUf. Sele3. ad GEN. XLIX. pag. 233. fqq. (t; B.iadz. 552.