is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tes BIJBELS. IV. BOEK, V.HOOFDST. a$

ten oosten aan Benjamin (boven Bladz. 6"i.) eri ten zuiden aan Juda. — Op deze ligging van Dati aan de zeekusten, doelt debora in haar lied,richt. V: 17. Dan, waafóm ontlrieldt hij zich in fchepen? dat is, zegt de Heer bachiene (*)," dat de inwooners dezer aan zee paaiende landftreek, zich alleen ter harte trokken hunnen Koophandel, dienze dreven met hunne Schepen, om fchatten te vergaderen; en daarom tijd noch lust hadden, om hun leven in den oorlog te waagen". Doch , Koophandel was de zaak der Israëliten niet in die aloude tijden, ook waren zij niet beroemd door hunnen fcheepvaart, dan alleen in de tijden van salomon. Maar de vertaling is niet getroffen, en de woorden moeten dus luiden: Waarom is Dan voor fchepen bevreesd'? De oorlog werdt gevoerd met j a b in, den Kanadnitifchen Koning van Hazor, doch welke de FeniciërÈ tot zijne bondgenooten hadt, onder voorwendzel van vreeze voor eene landing en inval der Feniciërs, een volk toen reeds meesters van die zeeën, hadt de Stam van Dan zich verfchoond, om mede ten ftrijde te trekken ter verdediging van het Vaderland.

Men vindt jos. XIX: 40. volgg. wel eene lijst der Steden, die aan Dan zijn toegewezen, fommigen van welken wij, met zekerheid, weten, dat aan dezen Stam door dien van Juda zijn afgeflaan, dewijl zij ook op de lijst van Judas Steden voorkomen jos. XV. terwijl de overigen waarfchijnlijk van Efraïm zijn afgetrokken, van welken Stam het Boek josua' ons geene bijzondere! lijst van Steden mededeelt 5 doch de grenzen Van den Stam Dan worden niet bijzonder befchreven*

(*) i. Biel. II. Stuk, bladz. 580.

IV. Dteh H