is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bes BIJBELS. VIL BOEK, IV. HOOFDST. 443

Jordaan lag , en van daar begaf jes us zich naar de Vlekken van CeefareU Filippi. vs. 27. Wanneer wij derhalven de flotfom opmaaken, zoo is onzekerheid de uitkomst nopens de ligging van Magdala, hoewel ik het uit hoofde van de plaatzen uit de Mischna door ligtfoot bijgebracht en de vrij waarfchijnlijke plaats van josefus, dit Magdala liefst nog aan de oostzijde der Galileefche zee zou zoeken.

Hoe het zij,niemand twijfelt, of marü magdaeena,eene perfoon, die in de Euangelie-gefchiedenisfen zoo bekend is, hadt den naam naar dit flot Magdala. Zie e u k. V111: 2. j 0 a nn. Xa: 1. enz.

dalmanutha

het geen markus VIII: 10. in dezelfde Gefchiedenis fielt m plaats van het Magdalavui mattheüs, is ons geheel onbekend, alzoo wij het noch bij gewijde noch bn ongewijde Schrijvers aantreffen. — Zoo veel blijkt uit de vergelijking dezer beide Euangelisten dat deze beide plaatzen Magdala en JJalmanutha met verre van eikanderen moeten gelegen -hebben, zoodat het onderhorig Rechtsgebied derzelve genoegzaam in elkander heeft gelopen, en men met even veel recht kon zeggen jesus kwamin de landpalen van Magdala, als, flij kwam m de landpalen van Dalmanutha.

n a 3 n

ïs de volgende plaats, die ons bij de Euangelisten voorkomt , en wel bij luk. VII: n-i7.° maar ook nergens elders in de gc;vijde of ongewijde êchriften genoemd wordt, want het is niet meer

dan