is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3>esBIJBELS. VIII. BOEK ,111. HOOFDST. i ? i

trekken; doch, juist uit die pJaats blijkt genoeg dat Askenaz onmooglijk de Duitfchers kunnen wezen, die nooit iet gemeen hadden met Ararat, or Armenië. — josefus noemt askenaz den Jtamvader der Askanaxiërs, welke, zegt hij, nu de Grieken Rheginers noemen. Ondertusfchen weten wij niet, welk volk de Rheginers zijn zullen ; j. mede leest daar voor Rhefmers, en verItaat de Rhetiërs, maar alles is onzeker. — bock art heeft aan Bitkynië, een landfehap in den noordwestelijken hoek van Klein-Afië, aan de Zwarte Zee, en aan M^ë, of Klein-Frygiët zuidwestwaard aan Bithynië paaiende, gedacht, omdat men in dat landfehap een meir hadt , hes Ascamscji meir genoemd; ook eene rivier Askar Ws, en eindelijk een klein eilandjen, tegen over lroas Askanië genoemd; welke naamen hij met Askenaz vergelijkt, en ten aanzien van jerki 27'u W°rdt aanSemerjk:t, dat xenofon vernaait, hoe „ cyrus zijnen veldheer hystas„ fis gezonden hebbe naa Frygië, aan den „ H&llejpont, dat is, Klein - Frygië, die van daar „ aanbracht veele krijgsknechten , daar onder

*' S°5 nU1£ers' welke door CYRlJs, tegen de „ ltad Babel, werden aangevoerd ". Dit alles maakt.indedaad bucharts gisfing waarfchijnlijk, doch, met dit alles blijft zij eene gisfing, en het onderfcheid tusfchen Askenaz en Askamëoï Askamus nog te groot, om er vast op te kunnen bouwen. —

r i F A t h,

gomers tweede zoon; of liever den naam als een itamnaam genomen , eene andere volkplanting der CeMen of Gomcriërs, heet icrkon. I- 6.