is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44* AARDRIJKS-KUNDE

de Godfpraak zegt: Ik zal ten zelve dage bezoeking doen over allen, die over den drempel Jpringt — naamlijk , die zelve inwoners van Asdod, die, uit eene foort van eerbied voor die plaats, alwaar het hoofd en de handpalmen van hunnen Afgod gelegen hadden, den dorpel niet dorften te betreden , maar denzelven overfprongen, of wel, nadien de Profeet van de Jooden fpreekt, allen , die, zoo bijgelovig als die van Asdod handelen , terwijl zij het huis van hunnen Heer en God met geweld en bedrog vervullen, dan zal er eene tegenftelling plaats vinden , maar dan zal men ook het woord Adonai, hunnen heer, als een godlijken naam moeten nemen. (?«)——— De Chaldeeuwfche uitbreider dezer plaats, heeft reeds op die wijze de woorden verklaard: Ik zal gadejlaan allen, die in de wetten der Filijlynen wandelen. — Andere en laater uitleggers meenen nogthans, dat deze toefpeling te ver gezocht is, en nemen de fpreekwijze in den zin, van met geweld in iemands huis te dringen, en daar geweld

en plundering te oefenen. ■

Toen david de Filijlynen te onderbracht, zal ook Asdod aan hem onderdanig zijn geworden, gelijk wij ook uit i kon. IV: 24. befluiten, dat deze flad ook van salomo afhanglijk is geweest. — Doch, in het vervolg heeft zij, gelijk het gantfche land der Filijlynen, het juk afgefchud, tot dat zij door den Koning uzzia ingenomen en bemagtigd werdt, die haare vestingwerken, gelijk die van twee andere Filijlynfche fleden, Gath en Jabne Hechtte , en daar tegen andere

fterk-

(m) Vergelijk faber. over h arm ar , ffaarnem. vaie het Oosten I. Deel. bladz. ii4.