is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerige en staatkundige geschiedenis van de bezittingen en den koophandel der Europeaanen, in de beide Indiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

BOEK.

220 GESCHIEDENIS

voorfchyn koomen, bewoond van zestig duizend Indiaanen, en tien duizend Spanjaards. De bevolking wierdt geen oogenblik vertraagd door de onvrugtbaarheid der landftreeke. Koorn, Vrugten, Kudden vee, Amerikaanfche ftoffen,de pragt van Europa, alles wierdt van wyd en zyd derwaarts te zamen gevoerd. De nyverheid, welke overal den loop van het geld volgt, konde het niet gemaklyker en zekerder aantreffen, dan by deszelfs oorfpronklyke bronwel. Het is eene betoogde waarheid, dat, in den jaare 1738, deeze Mynen jaarlyks hadden opgeleverd twee en twintig millioenen, drie honderd acht en dert'g duizend, negen honderd vyf en zeventig Livres, zonder te rekenen 't geen waar van aan de Regeeringe geene opgaave gedaan of heimelyk vervreemd was. De voortbrengzels zyn zedert zo fterk verminderd , dat de Munt niet het achtfte gedeelte van het geld ftaat, welk zy voormaals plagt op te leveren.

De Myn van Potofi, en alle Mynen van Zuid-Amerika, gebruiken, tot het zuiveren van haar goud en zilver, het kwikzilver, welk haar de Myn van Guancavelica levert. Het kwikzilver,zegt een voornaam Natuurkenner, wordt in twee verfchillende ftaaten in den Echoot der aarde gevonden; het komt voor geheel zuiver en in den ftaat van vloeibaar, heid, aan hetzelve eigen, en dan wordt het Maagdekwik genaamd: dewyl het, om uit de Mynen gehaald te worden", de werking van bet vuur niet heeft ondergaan; of het wordt gevonden , vereenigd met zwavel: en dan naakt het eene meer of min helder roode

zelf-