is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerige en staatkundige geschiedenis van de bezittingen en den koophandel der Europeaanen, in de beide Indiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER BEIDE INDIEN* 22r

zelfftandigheid uit, welke men Cinnaber noemt.

Tot op den tyd dat de Myn van Maagdekwik , niet veele jaaren geleeden, ontdekt wierdt te Montpeiller, onder de huizen zelve van de ftad, en die, om deeze reden, waarfchynlyk nimmer zal geopend worden, waren 'er geene andere kwikmynen in Europa zeer bekend, dan die van Ydria in Carniolie. Zy leggen in een dal, aan den voet van de hooge bergen, van de Romeinen Alpes Julia genaamd. Zy wierden by toeval ontdekt, in den jaare 1497. Zy zyn ongeveer negen honderd voeten diep. Men klimt in dezelve neder, gelyk in alle andere Mynen, door middel van putten. Onder den grond ontmoet men een oneindig getal Gaanderijen, zommige van welke zo laag zyn, dat men door dezelve niet gaan kan zonder zich te bukken. Op zommige plaatzen is het zo heet, dat men 'er flegts eenige oogenblikken behoeft te vertoeven om een overvloedig zweet te loozen. Uit deeze onderaardfche plaatzen wordt het kwikzilver gehaald. Eenige fteenen zyn 'er dermaate mede opgevuld, dat wanneer zy gebroken worden, deeze zelfftandigheid, onder de gedaante van bolletjes of druppels, uit dezelve voortkoome. Het wordt ook in eene foort van kleiaarde gevonden ; zomtyds ziet men het zelf onder de gedaante van regen nederdaalen, en zo overvloedig zweeven door de rotzen , welke de gewelven uitmaaken van deeze onderaarfche Gaanderijen, dat het dikmaals gebeurd is, dat één mensch, op een enkelen dag, zes en dertig pond vergaderde.

Zom-

vil.

BOEK.