Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Beïde INDIEN. 17

ïïiën-, aan dcszelfs werkinge bloot gefteld, zyn genoodzaakt hunne takken na het Wes^ ten te fchieten, in eene ftrekking, welke de eenpaarigheid , met welke dezelve geftadig waait> hun fchynt te geeven. In tegenftelling hier van, zyn hunne wortels fterker en langwerpiger onder den grond aan den Oostkant , als ware het om te verftrekken tot een fteunpunt, wiens tegenftand gelyk is aan de kragt van den heerfchenden wind. Ook heeft men opgemerkt, dat wanneer de Weste wind eenigzins flerk waait, de boomen ligt om verre worden geworpen; zodat het, om te oordeclen over de kragt van een Orkaan, niet genoeg is te weetcn , hoe veele boomen om verre gewaaid, maar ook, aan welke zyde zy ontworteld zyn.

Van den Oosten wind worden twee aanhoudende oorzaaken aangeweezen , wier waarfchynelykheid zeer treffende is. De eerfte is, de dagelykfche beweeging, welke de aarde van het West na het Oost doet omwentelen, en die noodzaakelyk veel fneller is onder den Evenaar dan onder de Cirkels der breedte: dewyl de Evenaar, in den zelfden tyd , eene veel grooter ruimte moet doorloopen. De tweede oorzaak is, de hitte der Zonne, welke op den Gezigteinder fchynende, de lucht verdunt, en haar noodzaakt na het Westen te vloeien , naar gelange de aarde het Oosten nadert.

Van hier dat de Ooste wind, welke op de Antilles niet vroeger dan ten negen of tien uuren in den voormiddag begint te waaien, zich verheft, naar maatc de Zon hooger bo-

iV. deel. B ven

X.

boek.

Sluiten