Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23o GESCHIEDENIS

XI.

boek.

r 1

I

i e f

dan clarissa : omdat myn leeven, of 'c geen overeen uitkoomt, myne Vryheid te verdeedigen, myn eerfte pligt is, en die van eenen anderen te ontzien, flegts de tweede; en dat, alles selyk gefteld zynde , de dood van eenen fchuldigen, overeenkomftiger is met de regtvaardigheid dan van een onfchuldigen.

Zegt men, dat hy , die my tot een flaaf wil maaken , niet fchuldig is; dat hy zich van zyn regt bedient ? Waar is dat regt t Wie heeft hem een zo geheiligd Karakter gegeeven , dat hy myn regt kan doen zwygen? Van de Natuure ontleen ik het regt om my te verdeedigen; zy heeft u, derhalven, het regt niet gegeeven om my aan te vallen. Indien gy u geregtigd oordeelt om my te onderdrukken, om dat gy fterker en loozer zyt dan ik; beklaag u dan niet, wanneer myne fterke armen uwen boezem zullen openen, om uw hart te zoeken; klaag niet, wanneer gy in uwe verfcheurde ingewanden den dood zult gevoelen, dien ik, negens uw voedzel, derwaarts heb doen overgaan. Ik ben fterker of loozer dan gy; vees gy, op uwe beurt, een flagtoffer ; )oet tegenwoordig voor de misdaad dat gy ;en onderdrukker geweest zyt.

Hy, die de Slaaverny verdeedigt, is een yand van het geheele menschlyke geflagt. ïy verdeelt het in twee genootfchappen van vettige moordenaars , de onderdrukkers en nderdrukten. Alzo lief zou men den menden mogen toeroepen: Zo gy uw leeven. fik behouden, haast u dan om my het myne

Sluiten