Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER BEIDE INDIEN.

fflaar om 't geluk van hen te mogen aantreffen. Uitgezonderd de oude lieden, door den afgeleefden ouderdom verhinderd, begaven allen zich te velde, de Mannen om het Wild te dooden, de Vrouwen om het të draagen en te dröogen. Naar 't gevoelen van dusdanig een Volk, was de Winter het beste Jaargety; de Beer, de Reebok, het Hert en de Eland, konden alsdan niet met hunne gewoone fnelheid vlugten, over de fneeuw, die vier of vyf voeten dik lag Deeze Wilden, die noch voor doornheggen noch voor holle wegen, noch voor vyvers! noch voor rivieren ftonden, en die in vlugheid de meeste fnelloopende Dieren voorbv ftreefden, hadden zelden een ongelukkige Jagt. Maar by gebrek aan Wild , leefde men van Woudekels; en by gebrek aan Ekels, gebruikte men tot fpyze de zappigheid of het vléesehagtig gedeelte, welk tusfehen het hout en den dikken fchors van den Abeelen Berkenboom groeit

In den tyd, welke van de eene tot de andere Jagtparty verliep, maakte of herftelde men de Boogen en Pylen , de Schaatzen, waar van men zich bediende om op de fneeuw te löopen, en de Canoes, waar mede men over de Meiren en Rivieren voer Deeze Reistuigen, nevens eenige aarden potten, maakten al de Nyverheid, alle de kunstwerken deezer zwervende Volken uit. De zulken onder hen, die zich tot kleine Vlekken vergaderd hadden, voegden by deeze werkzaamheden de behoeften, welke een meer ftilzittend leeven vorderden; zy paarVI. deel. B *den

XV.

boek.

Sluiten