Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 GESCHIEDENIS

XV.

BOEK.

ken wierden fchilderagtig. By gebrek aan overeenkomftige woorden, om zekere zamcngelïelde of ingewikkelde denkbeelden uit te drukken, gebruikten zy figuurlyke uitdrukkingen. De gebaarden, de houding of werking des lichaams, de buiging der ftemme, vervulden of voltooiden 't geen hun aan woorden ontbrak. De Leerfpreuken waren ilouter en gemeenzaamer in hunne dagelykfche gefprekken, dan zelf in het Heldendicht der Europifche Taaien. Bovenal waren hunne Redevoeringen in de vergaderingen des Volks opgevuld met fchilderyen, nadruk en beweegelykheid. Nimmer, misfchien, fprak een Grieksch of Romeinsch Redenaar met zo veel kragt en verhevenheid als zeker Opperhoofd der Wilden. Men zogt hen van hun Vaderland te vervreemden; Wy zyn, dus fprak hy, in dit land geboot en; onze Vaders zyn aldaar begraaven- Zullen <wy tot de; Beenderen onzer Vaderen zeggen:. Jlaat op, en, vertrekt met ons net een vreemd land?

Ligt is het te denken, dat dusdanige Natien niet zo zagtaartig noch zo zwak zyn konden, als die van het Zuidlyke gedeelte van Amerika. Men ondervondt, dat zy de zelfde werkzaamheid en kragt bezaten, welke men altoos aantreft onder de Noordfche Volken, ten minflen wanneer zy, even als de Laplanders, niet van eene foort zyn, van de onze geheel verfchillende. Zy waren nog niet verder dan tot dien trap van kunde en befchaafdheid gevorderd, welken het Inftinkt alleen de menfchen in een klein getal jaaren kan doen beklimmen; en het is

on-

Sluiten