Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIX,

SOEK.

230 GESCHIEDENIS

Leenmannen. De Leenregeering heerschi aldaar, in alle de kragt haarer oorfpronklyke inftellinge. Het is een Ryk, zamen-» gefteld uit zo veele Staaten, als 'er Landgoederen zyn. 'Er worden niet met meerderheid, maar met eenpaarigheid van ftemmen wetten gemaakt en befluiten vastgefteld. Op valfche denkbeelden van regten en van volmaaktheid heeft men onderfteld, dat eene wet niet regtvaardig was, dan in zo verre zy met eene algemeene toeftemming wierdt aangenomen: ongetwyfeld omdat men geloofd heeft, dat allen het goede zouden zien, en allen het zouden willen; twee onmogelyke zaaken in eene Volksvergadering. Maar kan men zelf aan een handvol dwingelanden zulke zuivere oogmerken toefchry ven ? Want deeze Regec ringsvorm, die zich vereert met den naam van Gemeenebest en dien ontheiligt, wat is die anders dan eene zamenfpanning van kleine dwingelanden tegen het Volk? Daar heeft ieder een de magt om te beletten, en niemand om te werken. Daar kan de wensch van eenen ieder zich tegen den algemeenen wensch aankanten; en daar is één zot, één fnoodaart, één onverftandige verzekerd, de overhand te zullen hebben over eene geheele Natie.

Ook is deeze Regeering nimmer voorfpoedig geweest; en Polen, welk aan de jaloersheid zyner Grooten de vryheid van zyne Koningen te verkiezen fchuldig is, is het alleenlyk aan de jaloersheid zyner nabuuren verfchuldigd, dat het geen erfly-

ken

Sluiten