Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER BEIDE INDIEN. 231

ken Overbeerfcher heeft, in de familie van een buitenlandfchen veroveraar. Voor onze dagen was het gefpaard, deezen Staat te zien verfcheurd worden door drie mededingende Mogendheden, die zich de provinciën, haar 't voordeeligst gelegen, hebben toegeëigend. Gave de Hemel, dat deeze misdaad der eerzucht ten voordëele der menschlykheid gedye; en dat, door een roemryk bedryf van weldaadigheid, de overweldigers de ketens verbreeken van h ;t arbeidzaamfte gedeelte hunner nieuwe onderdaanen! Hunne onderdaanen, vryer zynde, zullen getrouwer zyn; en ophoudende flaaven te zyn, zullen zy menfchen worden.

In eene Monarchie ftaan alle de kragten, alle de neigingen in de magt van een' éénig' mensch; in den Duitfchen Regeeringsvorm, is ieder lid een lichaam. Het is, misfehien, de Natie, welke meest gelykt naar 't geen zy voormaals was. De oude Germaanen, door onmeetelyke bosfchen en kleine Volken verdeeld, behoefden geene zeer diep doordagte Wetgeeving. Naar maate, egter, hunne naakoomelingen vermenigvuldigd en nader tot elkander zyn gekoomen, heeft de kunst in dit gewest gehandhaafd 't geen de Natuur hadt vastgefteld: de vanéénfeheiding der Volken, en derzelver ftaatkundige vereeniging. De kleine Staaten, welke dit verbonden Gemeenebest üimaaken, behouden aldaar de afbeelding der oorfpronklyke familiën. De byzondere bewindoeffening is 'er niet altoos P 4 va-

XIX".

BOEK,

Sluiten