Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348 GESCHIEDENIS

XIX.

SOEK.

weeldevoedende kunften, nevens derzelver werkftoffen, ten allen tyde behouden.

Het was in een land, welk beurtelings veroverd wierdt door de Scythen, de Ro» meinen en de Saraceenen, dat de Natiën van Europa, die noch door den Christlyken Godsdienst, noch door het verloop der eeuwen hadden kunnen befchaafd worden, de kunften en weetenfchappen wedervonden , welke zy niet zogten. De kruisvaarders putteden hunne dweepery uit, en verlooren hunne barbaarsheid te Conftantinopole. Het was op de reize na het graf van hunnen nederigen Zaligmaker, die in eene kribbe gebooren en aan het kruis geftorven was, dat zy fmaak kreegen voor luister, pragt en rykdommen. Zy bragten de Afiatifche ftaatfie in de Hoven van Europa. Italië, van waar de Godsdienst over de andere landfchappen het gebied voerde, nam 't eerst eene nyverheid aan, voordeelig voor zyne Kerken, voor de plegtigheden van zynen Eerdienst, voor die fchouw* fpelen, welke de Godsdienftigheid voeden, door middel der zinnen, wanneer zy zich eenmaal meester heeft gemaakt van de ziel. Het Christen Rome, welk zyne plegtigheden van het Oosten hadt ontleend, moest daar van ontleenen 't geen dezelve fchraagt, den luister der rykdommen.

Venetië, 't welk fchepen hadt onder den ftandaart der vryheid, kon het niet aan nyverheid ontbreeken. De Italiaanen regtten fabriken op, en waren langen tyd in het bezit van alle kunften, zelf naadat de

ver»

Sluiten