Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S24 < GESCHIEDENIS

llille gebeden mogten doen , een teken op hur» gewaat, waaraan zy van eeniegelyk konden herkend worden.

Indien men hen van tyd tot tyd wilde noodZaaken om het Christlyk geloof aan te neemen * meermaalen nog verboodt men hen, van dat geloof belydenis te doen. Een Jood, die van Godsdienst veranderde, wierdt aan de misdaad van Lcenfchennisfe fchuldig verklaard. Zyne goederen wierden verbeurd verklaard. Men ontbloote hem van alles , omdat men in het toekoomende het regt verloor om hem met belastingen te overlaaden.

Doorgaans wierdt de Natie aan de woekerzucht deezer ichraapzieke lieden overgegeeven; doch, in zommige gelegenheden, was alle gemeenfchap met hun verbooden. De wet verboodt de Joo. den tot dienstboden te gebruiken , eene vrouw onder hen te neemen, zich aan de zorge hunner Geneesheeren te vertrouwen, hunne kinderen op te kweeken of op te voeden. . Dikmaals wierden zy befchuldigd , de bronnen vergiftigd , kinderen vermoord , of een mensch gekruizigd te hebben op den merkwaardigen dag van Goeden - Vrydag. Het goud, het goud alleen kon hen vrypleiten van zo veele gruweldaaden , even zeer van waarheid ais van waarfchynlykheid ontbloot.

Menigmaalen klonk de dwingelandy hen aan boeijens. Hunne perfoonen , hunne goederen , hunne huisgeraaden: alles behoorde aan den Heer der plaatze, daar zy woonden. Hy kon hen vervolgen , indien zy van woonftede veranderden; de Koning zelye hadt geen regt om hen aan te

hou-

Sluiten