Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der BEIDE INDIEN. 225

houden, wanneer zy opöntbooden wierden. Zy .waren eene koopwaare in den handel; men verkogt dit (lag van flaaven , met den grond , of afzonderlyk, voor een hooger of laager prys, naar gelang van hunne bekwaamheden en nyverheid.

Het gebeurde dat men hen noodzaakte zich vry te koopen. Deeze laage zielen zouden eene fiaaverny, welke hen niet belette zich te verryken, gefchat hebben boven eene onaf hankfykheid, welke hen van hunne rykdommen moest ontblooten ; doch men liet hun geene vryheid van keuze. Zy moesten onder de ftraffende^hand fneuvelen, of uit de ingewanden der aarde ten voorfchyn brengen de fchatten, welke zy aldaar verborgen hadden.

Naadat deeze onverzaadelyke bloedzuigers het vermógen van den geheelen Staat hadden ingeflokt, deedt men hen hunnen roof wederom uit! fpuwen, en men verdreef hen. Om de vryheid ! te verkrygen tot het hervatten hunner plonderinj gen, offerden zy een gedeelte van het goud op, 't ! welk zy uit hunnen fchipbreuk hadden behouden, ! en bedienden zich van het ander gedeelte, om nog ! meer te winnen, dan men hun ontnomen hadt.

Hoewel de Baronnen gezamentlyk meer of min i de hand hadden in den overlast, welke den Joo! den wierdt aangedaan , trokken , nogthans, de . Koningen , van welke deeze averechtfche Natie : meer byzonderlyk afhanglyk was, altoos daarvan de voornaamfte voordeden. Door dit heilloos en gehaat hulpmiddel handhaafden zy eenigen tyd : een zwak en gehaat gezag. In 't vervolg verfchafte het misbruik der geldmunten hun nieuwe ' hulpmiddelen.

P Verre

Sluiten