Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322 GESCHIEDENIS

der Koninkryken en Staaten niet behooren onder het getal van de zulke, die van zelve geneezen ; dat zy met den ouderdom toeneemen, en het zelden gebeure dat gelukkige omftandigheden derzelver geneezing bevorderen; dat het bykans altoos gevaarlyk is, tot afgelegene tyden uit te ftellen s zo wel het goede, 't geen men zich kan voorllellen te zullen uitwerken, als het kwaade, 't geen men .eenige reden heeft, om te hoopen , in het tegenwoordig oogenblik te kunnen ukdryven; dat tegen ééa voorbeeld van een goeden uitflag, door tydverbeiden verkreegen , de Gefchiedenis duizend voorbeelden uitlevert, in welke het ontbreekt aan eene gunftige gelegenheid, omdat men te lang op dezelve hadt gewagt; dat de worfteling van een Oppervorst altoos die van een eenigen. tegen allen is, althans indien veelen hunner niet een gemeen belang hebben; dat verbintenisfen niets anders zyn dan yoorbedagte verraaderyen; dat het vermogen eener zwakke Natie nimmer aangroeit dan by onmerkbaare trappen, eri door poogingen , welke altoos overdwarsd worden door de jaloersheid van andere Natiën , althans indien zy niet op een fprong uit haaren middelbaaren ftaat geraake, door de onverzaagdheid van een ongeduldig en geducht vernuft;, dat dit vernuft langen tyd op zich kan doen wagten, en het alsdan alles om alles in de waagfchaale itelt , kunnende deszelfs onderneeming zo wel den volkomenen ondergang als de grootheid voortbrengen. Laaten wy Oeenemanke byzonderlyk onder 't oog brengen, dat het, in verwagting dat dit vernuft ten voorfchyn treede, het zekerfte is, gedagtig te zyn aan zyne legginge,

er»

Sluiten