Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224

GESCHIEDENIS

]yk aan Berg-Schotten. Nog heden bedraagt heê getal der Volkplanters niet boven de twaalfhonderd. De Bakkeljaauw vangst en verlcheiden plantaadjen houden hen onledig. Geenerhande verbintenisfen hebben zy met Europa. Met Quebek en Hallifax alleen dryven zy handel.

Tot in den jaare 1772, was St. Jan onderhoolig aan Nieuw-Schotiand. Zints dien tyd maakte het een byzonderen Staac uit. Men gaf het eenen Gouverneur, eenen Raad, eene Vergadering, een Tolhuis en eene Admiraliteit. De haven la Juie, thans CJtarlotte - town genaamd, is de hoofdplaats, der Volkplantinge.

Een zo weinig uitgebreid Eiland fcheen niet vatbaar te zyn voor de waardigheid , tot welke het geroepen wierdt , door eene gunstbetooning, van welke de oorzaak ons onbekend isw Om eene zekere vastigheid te geeven aan deeze Bezitting, wierden aan dezelve verbonden de Mogdakna- Eilanden, bewoond door een klein ge-, tal Bakkeljaauw- en Zeewolfvisfchers; ook verbondt men daar aan het Eiland Royal, voormaals vermaard, doch 't welk door verandering van meester zyne aangelegenheid heeft verlooren* Louisburg, nog geene twintig jaaren geleeden, de fchrik van Engelsch Amerika, is niets meer dan een puinhoop. De vierduizend Franfchen, welke een onregtvaardig en kwalyk beredeneerd wantrouwen , naa de verovering , verdreef, zyn flegts door vyf of zeshonderd menfchen vervangen, die zich minder met de visfchery dan met den fluikhandel bemoeien. Zeif is men niet meer bedagt geweest op de KoolMynen.

Zeer

Sluiten