Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n E W E E T E N S D W A N G> 'i$

Waar geen Gcweetcnsdwang de menschlijkheid onteerde,

Daar lachte 't lief geluk den blonden voorfpoed aan, 'tKimstkweekendGriekeidand,dat Vrijheid't hoogst waardeerde/

Zag, hoe zijn welvaard ruste in fchaauw van lauwerblaên: Ja, fchoon 't vernuft wel ver van 't fpoor der waarheid dwaalde,.

't Ontwikkelend verftand zag door de donkerheid Een' flikkerglans des lichts, dat van de Godheid ftraalde;

Vaak werd het hart door 't fchoon der blanke deugd gevleid. Wie vond ooit in een oord, daar dwang de zielen boeide,

Een Plato , Xenophon of eedlen Socilites ? Wie zag ooit, waar de gloed der Ilei natuur verfchroeide,

Eneas liefde of zelfs de trouw van Pylades ? 'tls waar de dwanglust knaagde aan wijsheids kerkpilaaren,

Zij, zij boodt Socrates den wreeden moordkelk aan j Toen bloosde Atheen, zoo rijk-in tempels en Altaaren ,

Dan 't zag nooit vrije kunst in flaaffche kluisters flaan. Wie zag in ten Gewest, daar dwang de denkkragt fmoorde g

De Dichtfnaar door de hand van een Homeer gedrukt ?

Wie wordt, da*r domheid trotsch de fchreiende onfchuld moord-

Tde

Ooit door het zagt Penfeel van een Apel verrukt ?

Neea»

Sluiten