is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtkundige en prosaïsche mengelwerken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ii GEDACHTEN E ij H *E t

Schulclelooze bewooncrs dëï oude waereld ! toen de on'deugd in 't zwalpend nat verfmoorde , zaagt gij u op de wieken der zegevierende engelen uit de algcmeene' verwoesting , door zwarte Wolken , onbekommerd voor kronkelende blikemdraaleil, naar de gewesten der eeuw* ge blijdfchap■ voeren l Gij jeugdige lievelingen! Gij, die in Bethlehem , in 't jaar Van Gods welbehaa-gen, het eerde licht aanfehouwdt, maar de. opgaande dageraad van uw leeven door den wreedden dood zaagt... De Beduurder van 't heelal, die den Godlijken zuigelingder maagdelijke moeder met de eeuwige rleuglen zijner Almacht befchaduwde, i Die zag uw pijnlijke*-

traantjes, — uw vleijendc lachjes afwisfelen , toen de blanke boczemmelk uw bloozende lipjes nog bedaauw-de ; terwijl uw fchuldcloos bloed uw moorders deed voelen , dat zij menfehen waren ! God hoorde uw jongde fuikjes uw kommerloozc blijdfchap verloor zich in uw doodelijke trekjes; 't gadeloos mededogen omhelsde uw vluchtige zieltjes, — het dal des doods

werdt u bekoorlijk als het zaalige rustbed de

tntbinding van 't ftofflijkc , zagter dan de tedere

koes-