Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C VI )

worden, zijn wij nog verre van het ware oogmerk in het prediken af.

Hoe paradox zal het bovenftaande niet aan veJen voorkomen! — Men zal uit de Leerredenen 3 welken ik thans uitgeef, zien kunnen, dat ik het zo niet wil verftaan hebben, als of men zichdoor lage uitdrukkingen moest weten aangenaam te maken. .— Daar van was ik altoos afkerig. —

Wat bedoele ik dan? Dat men zo eenvoudig

in den dagelijkfchen /preektrant — predike, dat de domfte, en eenvoudigfte Hoorders meer en meer beginnen toeteluifteren, 't welk een bewijs is, dat zij er iets van beginnen te vatten.

Het fpreekt immers van zelve, dat men zq prediken moet, dat vooral dat foorc van menfehen nut trekke uit onze Leerredenen. Die menfehen maken toch zeer verre het grootfte gedeelte van elke Gemeente uit. — Wanneer men dierhalven zo predikt, dat die ongelukkigen het niet kunnen bevatten, dan is op zijn hoogst de Leerrede voor enigen — voor weinigen — nuttig. — En is dit verftandjg zo te prediken, dat de grootfte hoop even dom, en onkundig blijft, en daar door ongevoeliger wordt? Of is dit verfïandig, dat men, zq predikt, dat de Geleerden er door 0hcht} en de eenvoudigflen er zo wel door

se-

Sluiten