is toegevoegd aan uw favorieten.

Vijftal leerredenen, met eenige voorafgaande aanmerkingen over den waren preektrant.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over LUC. XXÏI: 60—62. 45

berouwhebbende — flechte zondaren roept , om hen genade te bewijzen.

Gijl. dan, die niet in fchijh — niet te vergeefs Biddag wilt gehouden hebben. Gijl. — die warelijk uwe zonden door gerechtigheid wilt afbreken! Gijl. die uw hart aan den Heere wilt geven om voor hem te leven! — Die Gijl. ook gaarne tot Godsliefde maaltijd wilt toetreden! Die Gijl. uit Jefus hand—tot hein naderende — een bruiiofts — kleed ontfangen wilt! — in Gods! — in Jefus naam moet ik UI. toeroepen — zondaar! Adamskind! waar zijt Gij! Vlucht niet door ongeloof van God af! Neen! ik moet Ul. opzoeken — nodigen — aanfporen om (vooral) op den volgenden dag des Heren uit de eindelofe volheid Gods genade voor genade te komen ontfangen.

Ik zou — om mijne boodfehap wél te doen — daar toe aanleiding nemen uit de bijzonder — liefderijke handelwijs van onzen gezegenden Heiland, en Zaligmaker, die op den fnoodfien zondaar — in het ogenblik, dat Hij de geduchtfle rampzaligheid verdiende — een ontfermend oog floeg -rhemhet hart trof, en tot bekering trokj—ik bedoele Petrus, die, door Jesus op het ijsfelijkst te verloehenen,de mate zijner ongerechtigheid volmaakte. Ging het ons thans ook eens 20 ! Trof Jefus ontfermend oog onze harten nu ook eens! Wij hebben het zo nodig. Wat zal ons anders de Bededag baten! Wat zal ons anders des Heren Avondmaal baten! — Het ene zo wel, als het andere zal enkel