Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karavaan naar. mecca,

Menfchen fterk. De verftandigften weeten , dat de geldzugt , meer dan de Godsdienst, de dryfveer van dien togt is: want Mecca maakt men dan tot eene plaats van handel. De Pelgrims en Kooplieden van Cairo, Datnascus , Conftantinopole en andere Turkfche plaatzen hebben den voortogt der Karavaan; doch die van africa , gerekend tot Marocco toe, den agtertogt: deeze rust, in het voorttrekken , waar de voorhoede in den voorigen nagt zich heeft neêrgeflaagcn. Welk eene Heep maakt zulk eene Karavaan niet uit ! Zo veele Menfchen , en zo veele last. draagende Kameclen , allen geel geverwd , en met fieraaden opgepronkt ! Allerpragtigst fchikt men dat Dier op , het welk de gefchenken voor den Tempel van Mecca draagt, en by zonder dat het groote Paviljoen voert, dat is, het dekkleed voor het Graf van mahometh en abraham , in de gedaante eener pyramide , op een vierkant voetftuk , geborduurd met goud op eenen groenen eu rooden grond. Als deeze Kameel haar werk verrigt heeft , wordt zy voor heilig gehouden , doet geen dienst meer , en zou nog lang het genade-brood kunnen eeten, indien men ze niet heimlyk van kant hielp , om van dien last ontflaagen te zyn. De andere Kameelen komen mager terug, en worden dan van haare onbarmhartige Meesters in de

woes-

Sluiten