Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

474 VERKLAARING VAN DE

gendom van bezitting van denzelven. O! hoe zalig! hij was met dezen Middelaar geheel eh alleen voldaan. Met ootmoedige aanbidding , liefde, vertrouwen , blijdfchap, en verwondering , eerbiedigde hij Mem, a]s zijnen, als onzen Heer en Middelaar, Dat nu deeze Middelaar alle vereischte hoedaanigheden bezat; dat Hij , in het karakter en de waardigheid van plaatsvervangend en ons verbeeldend Hoofd, de fchuld in de gedaante van eene. voorwaarde ter verwerving der gerechtigheid en het leven, naar Gods eigen befchikking, en zijne eenswillensheid met God den Vader , volkomen betaald, en aan Gods Gerechtigheid voldaan had voor ons ; en dus alles in Hem plaats had, het geen ik in de verklaaring van de XII. Vraage toonde, in dien anderen , die voor ons voldoen konde, vereischt te worden , zal in 't vervolg door onzen Geloofsbelijder , wanneer Hij zal toonen wat hij van Jefus Christus gelooft, aangeweezen worden.

Dat onze Heer Jefus Christus tot zulk eenen Middelaar van God zeiven voor ons aangedeld cn verordend, en aan ons van God gefchonken was, erkent de Christen in het geloof; zeggende, dat onze Heer Jefus Christus ons van Gode tot wijsheid, e. z. v. gefchonken was.

In dit voordel haalt hij Paulus woorden aan, te vinden in i Kor. I: 30. Hij fchijnt in deze aanhaaling van Paulus te verfchillen. Doch dit verfchil is ook maar in fchijn. Onze Christen 'haalt die woorden juist naar zijn oogmerk aan , echter volkomen overeenkoomstig met den zin en de meening van Paulus. De Apostel leert in die woorden, niet alleen,

Sluiten