Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 8 Ontwerp eener volledige

ten des geloofs, de heiligheid der zeden, kwamen hen overtollig voor. Wanneer Wysgeeren't Christendom aannamen; dan gefchiedde zulks uit overtuiging; des kunnen deze toch, door hunne Philofophie, de leeringen van den Godsdienst, nog niet veranderd hebben. Veeleer leert de ondervinding duidelyk,dat de Philofophie, alleszins, allereerst, voor den Godsdienst voordeelig geweest is, en zig eerst naderhand, toen de yver verflaauwde,ten nadeele van denzei ven heeft laaten gebruiken. De hoofddwaaling der eerfte tyden moet dienvolgens deze geweest zyn: zyn wer* kenby 't geloof noodzaaklyk? of, zyn werken noodiger, dan het geloof ? Hiermede gingen nog eenige andere Hellingen gepaard, waarvan ik in 't vervolg zal fpreeken.

24. Aangaande 't zedelijk gedrag der eerfte Chriftenen moet ik nog iets gewaagen. Dit kan van twee zyden worden befchouwd; voor eerst, hoe ze zig onderling , en voorts hoe ze zig gedroegen omtrent hen, welke zig buiten de Chriftenkerk bevonden.

25. Welk inneemend beeld vertoont zig voor onze oogen, wanneer wy ons de Gemeente der Chriftenen als één hart enéénezielvoorftellen;wanneerwy zien, hoe allen tot Gods Eere alleen, en ten beften hunner broederen leefden; zig zeiven niet agtten, om anderen gelukkig te maaken ; de dwaalenden geduldig verdroegen; de doolenden broederlyk beftraften, en daarentegen, vol van een heiligen yver, de moedwillige zondaars uit de Gemeente ftieten. Bekoorelyk tooneel! hoe verre zyn wy van dit oorfpronglyk beeld afgeweeken , die 't Chriftendom belyden, maar niet betragten.

26. Evea

Sluiten