Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* L Deel. I. Hoofd. I. Afdeel. IV. Stuk. 149

ooit een man heeft geleeft, die dezen naam droeg, en de Stigter dezer Sectewas, zo dat ze, veeleer, om andere reden dus genoemd ware: dan weêr tragt men , dat wel het veiligfte is, beide gevoelens te verëenigen. Deze wyze zal zo veel te meer gegrond zyn , dewyl deze naam, gelyk ik reeds heb opgemerkt, op verfcheide tyden, verfcheide betekenisfen hadt. Om de zaak verder op te helderen, zal ' ik, het geen hierover gezegd is, in verfcheide paragrafen te boek ftellen.

5. De meefte vroegere Schryvers komen onderling daarin overeen , dat deze Secle der Ebioniten door een' man van dien naam is gèftïgt, 00 Dat Ebion een eigen naam onder de Jooden was, blykt zelfs uit den Talmud, (i) Maar, of het juift, in dit geval mede, de naam eenes mans zy geweeft,

dit

(/;) HiERONYM. T. 4. in Jef. lib. n cap. 1. ad Galat. & CatHlog. fcript. eccl. dialog. adv. Lacif. Rueinus expofit. iymb. Apoft. Marius Mercat. T. 2. opp. pag. i»8. Bullus judicium eccl. cathcjl. cap. 1. §. 17. Ignatius epift. iflterpolat. ad Philadelph. pag. 6. Epiph. hreref. 30. Tertull.. de prafcript. cap. 37. de carne Chrifti cap. 14. FAnracinicta;, ad Philaftr. pag. 81. Siricius de Ebione pag. 3. DanjEüs ad Auguft. de hasref. opp. pag. 928. Theodoreti hajret. fabul. lib. 2. cap. i.'Basnage annal. polit. ecclef. Tom. 2. pag. 7. Ottii exam. annal. Baron, pag. 477. Ittig obferv. mifc fupplem. Clejiens Alex. adjunft* obferv. 9. MichaeLis inleiding in de God. fchriften enz. 2 Deel. bladz. 178. 's Gravènh. 1779.

(0 Talmud. tfac>. Orla cap. 2. § 5. Ligtiifoot opp. Tom. 2. pag. 188.

K 3

Sluiten