Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Deel. XI. Hoofd.

505

Naderhand kwam Paulus zelf aldaar, (z) .onderregtende hen, die Chriftus reeds voor den Mesfias hadden aangenomen, verder in den Chriftelyken Godsdienft. Maar, naauwlyks was de Gemeente geplant, of 'er kwamen ook ralfthe Leeraaren heen, die alles in de war bragten. Titus was wel over deze Gemeente gefteld , een man, welke getrouw in de aangenomen Leer volhardde ; maar nogtans moeft hy door den Apoftel zeiven worden onderregt^, hoe hy zig, by dezen toeftand van zaaken, moeft gedraagen.

De tyd , wanneer deze Brief gefchreeven zy , kan men met geene zekerheid bepaalen. Michaelis ftelt valt, dat hy reeds vóór Paulus reis na Rome is gefchreeven. (a) Grotius daarëntegen ftelt hem in den tyd tusfchen de eerfte en tweede gevangenis. (b) Ik moet van het gevoelen van den grooten Michaelis afgaan, geloovende, dat het gevoelen, 't welk Grotius beweert, waarfchynlyker is. Ten minften komen de leerftellingen , die hier beftreeden worden, met dit tydperk beter overëen. *

Paulus fchreef dezen brief, wanneer wy de ondertekening volgen , te Nicopolis ; ■ ■ maar wat

was dit voor een Nicopolis? De Griekfche uitleggers zeggen in 't algemeen, dat het de Stad in Thracie, de Latynfche daarëntegen dat het de Stad in Epirus was. Eenigen verwerpen de ondertekening geheel , en meenen, dat de Brief te Ephezen is ge-

fchree-

O) Tit. I. 5. (a) Michaelis loc. cit. bladz. 617. (ft) Grotii prolegom. in epift. ad Titum.

ü 5

Sluiten