Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 SALOMONS Bekeering;

nis en vreeze van God, als het gereedfte middel tot waare ruft en wezenlyk genoegen; daar men zich op het vvys beftuur van den Regeerder der weereld eerbiedig verlaat, en aan zynen heiligen wil zich ootmoedig onderwerpt; om dus, allen moeilykheden deezes leevens getrooft, het goede , dat men dagelyks uit de hand der voorzienigheid ontvangt, met een dankbaar gemoed en blydelyk te genieten:

Maar , nu is de vraag, of Salomon dit boek, 't welk zulke gewigtige zaaken behelft, gefchreven hebbe, eer hy, door de verleiding zyner vrouwen, van God en zynen dienft was afgeweken, of na dien tyd? Wat men hier te kiezen hebbe, valt niet moeielyk te bepaalen. Verfcheiden byzonderheden komen in den Prediker voor, die ons verpligten, dit werk voor een vrugt van zynen ouderdom te houden. Hy fpreekt in dit boek van huizen, die hy gebouwd, van hoven, die hy aangelegd heeft (d); groote werken, die eerft, na verloop van twintig jaaren, zederd zyne komfte tot den troon, zyn voltooid geworden (e). Hy maakt, hier by, melding van de eere en het genoegen, door dat alles van hem genoten (ƒ); maar geeft ook berigt van

zy-

(7/) Fred. II. 4 enz. (O * Kon. IX. 10. CO vf. 9, 10.

Sluiten