Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 4 )

Ontflaakt Gij daar toe, uit hun banden, De nooit zoo ftreng gevoelde vorst f

En felle koude door uw' handen? En dekt het water met een korst,

Zoo zwaar en hard, als ooit te vooren ?

Is daarom 't vocht van Waal en Rhijn, Tot op zijn beddingen bevrooren?

Op dat het U ten dienst zon zijn.

VVat hebt Gij voor, ö God van orden!

Moet Neêrland eerst bij U zoo waard, Weer als van ouds een zeeplas worden?

Hebt Gij het tot dat lot gefpaard?

Schiep

f De koude was voTgens de beste waarneemingcn, ' op den thermometer dit jaar eenige gvaaden fterker dan in het jaar 1709.

Sluiten