Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 XXVI. Pred. Het Opfehrift

is de Zoon van God, de Koning van ïïhek de Zaligmaaker der Weereld . In den eigenlyken zin is hy, als een Koning voor zyn ganfche Volk, ten algemeenen befte geftorven, en heeft zig door zyn eigen Bloed eene Gemeente verworven Door den dood van deezen onzen Middelaar en Heiland zyn wy van de Magt der Duifterniffc verloft, en in zyn Ryk geplaaft, terwyle wy in Hem hebben de Verlcffinge door zyn bloed, naamlyk de vergeevinge onzer Mifciaaden. In deezer voege fprak Jezus reeds te vooren van de voordeden van zynen dood: Gelyk Mozes de flange in de woestyne verhoogd heeft, alzoo moet de Zoon des menfchen verhoogd •worden, opdat allen, die in hem gelooven, niet verloor en gaan maar het eeuwige Leeven hebben, (a) Dit woord werdt thands vervuld. Hy werdt als een;Koning, om veelen te behouden, aanhet kruis verhoogd, en ftierf ais de Vorftdes Leevens, als de Leidsman onzer Zaligheid. Men kan zeggen, dat God de hand van Pilatus op eene verborgen wyze beftierd heeft, om deezen Gekruiften dien eernaam, welken hy werkelyfc verdiende, doch wier Betekenis en kragt deez' Heiden niet begreep, te geeven; gelykerwyze

ook

(ft) JOANN. iii. 14, 15.

Sluiten