Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintigste vraage. Ij

kcnd geloof; en dat hij fpreekt als een waar

geloovend Christen, met toepasfing op zichzelven: Dit moet men beide wel in 't oog houden.

Het eerde, dat hij hier erkent te gelooven , is, dat die alleen zalig worden , die Christus door een

waar geloof worden ingelijfd, e. z. Vfi Geene

anderen zullen dan , naar zijne gedachten , zalig worden, dan alleen waare geloovigen, die van God begenadigd zijn met het waare geloof der uitverkoorenen. Dit geloofde hij op grond van Gods getuigenis■, het welk ons alleszins verzekert, dat zij alleen, die in Christus gelooven, en geene anderen, zullen zalig worden. Jef. LUI: u. Joann. I: 12. UI: 16, 36. Mark. XVI: 16. Hebr. XI: 6. 1 Petr. I: 8, 9.

Doch onze Christen doet hier meer. Hij verklaart ook zeer duidelijk, té gelooven , dat geene anderen derhalven zalig zullen worden , dan de zoodaanigen, wier plaats Christus, als de tweede Adam;, vervangen heeft, in zijne voldoening aan Gods Gerechtigheid. Het is waar, dit zegt hij niet met uitdrukkelijke woorden. Nogthans toont hij dit te gelooven. Daar van zullen wij overtuigd worden, zoö wij zijne Geloofsbelijdenis in haar verband doordenken. Men bevreemde zich dari

niet aanrtonds, over deze mijne gedachten, maar men denke de zaak zelve wat dieper in. ——. Kan iemand met grond daar aan twijfelen, dat waarlijk geene anderen met de daad door Christus zullen zalig worden, dan znlken, voor wien Christus in hunne plaats de zaligheid verdiend heeft? En volgt hier uit dan niet, dat indien alle mertII. deel. B fcheri

Sluiten