is toegevoegd aan je favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*8 VER.KLAAR.IN6 VAN DE

wordt ons geleerd, dat er eene waare, allernaauwjle, doch geestlijke en onbegrijpelijke, echter onverbreekbaare, vereeniging, en onderling inzijn , tusfchen den Perfoon van Christus, en de zielen der waare geloovigen, plaats heeft; en dat dit de volle kracht van die uitfpraaken te kennen geeft. Wil iemand mi] vergen, dezelve te verklaaren; ik belijde openhartig, dat dit boven mijn vermogen, dat het hoe daar van, voor mij onbegrijpelijk is. Maar is het wel betaamelijk, is het

wel redelijk, dat ik om deze reden, de zaak, wel, ke God zoo duidelijk openbaart in het Evangelie, niet zoude gelooven, of aan die gezegden eene andere , kwanswijze bevattelijker, verklaaring zou willen geeven; welke, als men ze bedaard in- en doordenkt, de gezegden voor ons nog onverftaanbaarer maakt, indien men de kracht derzelven niet wil ontzenuwen (*)?

Wat nu het begrip van onze Hervormers des aangaande betreft. De oordeelkundige kalvijn heeft, in de verklaaring van veelen dezer plaatfen, verftandig, naar dat het verband vereischte, fomtijds meer gezien op de uitwerkfelen en blijken van die vereeniging; doch zonder ooit het waare voorbij te zien, als de eenige grondoorzaak, waar uit alle die uitwerkfelen voordkwamen, welken te gelijk blijken zijn van eene waare vereeniging tusfchen Christus en de geloovigen. Want deze Helde hij als zeker en waar. Zie zijne verklaaring

over

(*) Z:e hier over temmink, over Joann. XVII: 2f. alwaar dit treffelijk uitgehaald wordt.