Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 verklaaring van de

laar Jefus genoemd, en in Hem, 'gis -Jefus, ge* loofd had; wat hij daar . in bedoelde; en welk' begrip hij zich, in zijn geloof omtrent Hem, als zoodaanig, van Hem als Jefus, met toepasfing op zichzelvên, vormde?

In de Vraag, wordt de naam van Jefus, ingewikkeld , als een naam van Hebreeuwfchen oorfprong aangemerkt; cn eenvouwig gezegd : dat is Zaligmaaker. In het Hebreeuwsch wordt dit befchreeven V-TSLV*. — Zie hier over de ge-

dachten van den grooten a. schultens, in eene Nota, gemeen gemaakt 'door den Heere j. barueth, in het. meermaalen aangehaalde Werk, bladz. 404-'-'406; zonder dat ik uit mijne aanteekeningen, uit den mond van dien Hooggeleerden Heere, er iets bij voege. Het geen onze Heidêlbérgfehe Geloofsonderzoeker zegt in de Vraage, is juist dat geene, 't welk de Engel aan Jofeph gezegd had, Matth. 1: 21.

Het Andwoord is zeer nadruklijk. Daarom, zegt hij , dat Hij ons zaligmaakt van onze. zonden • 'en dat bij geenen anderen, 'eenige zaligheid te zoeken of te vinden is. Hij verklaart derhalven, dat hij zulk een begrip van dien Jefus zich vormde, wanneer hij in Hem als zoodaanig geloofde, als overeenkwam met de kracht van'dien naam, met het karakter, .'t welk die Perfoon op aarde bekleedde , en waar toe Hij van Gód gezonden en in de weereld gekoomen was; zoo als die krachtvolle naam Hem juist teekende. Dan geloofde hij in Hem, als daarom, omdat Hij, eensdeels, ons ydïï art-

Sluiten