is toegevoegd aan uw favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN EN VEERTIGSTE VRAAGE. 439

Nu zier hij zich met God verzoend, door den dood van Gods Zoon. Nu befeft hij, dat Jefus de reinigmaaking zijner zonden door zichzelvên, door zijnes zelfs offerande, heeft te weeg gebragt, en den vrede en het leven voor hem verworven. —— Hoe algenoegzaam, hoe gepast, hoe noodzaaklijk, hoe dierbaar , hoe belangrijk is hem zulk een Jefus! Alles wat aan Hem is, is hem gansch begeerelijk. Hij verliest zich in verwondering en verrukking , over zulk eene allesoverklimmende liefde van God den Vader, en van Jefus Christus, tot zulk eenen fnooden vloekeling — - die echter niets minder noodig had, zou hij zalig worden! Zoo wordt Jefus kruis en dood zijn hoogde roem en zaligheid. Zie Kom. VI. Gal. II: 20.

Nog eene tweede aanmerking. Wanneer iemand door een waar geloof omtrent Jefus Christus, die geleeden heeft, gekruist, geftorven, en begraaven is, met de daad verkeert, en zoo dikwijls als hij dit doet; en tevens begrijpt, wat hij gelooft —— dan verkeert hij altoos omtrent alle die Waarheden, omtrent Jefus Christus, als zoodaanig, zoo als Hij aan hem in het Evangelie ontdekt en gefchonken wordt, met toepasfing of bijzondere toeëigening op zichzelvên , door de werking van den Heiligen Geest. Zonder dit, kan hij nooit recht in Christus gelooven, als zoodaanig.

Dit is zoo eigen aan den aart van het zaligmaakend geloof, in onderfcheiding van alle ander geloof, dat men te recht zeggen kan, dat alwaar die bijzondere toepasfing van de Waarheden op zichzelvên ontbreekt, geen zaligmaakend geloof E e 4 ge-