is toegevoegd aan uw favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44° VERKLAARING VAN DE

geoefend wordt, maar alleen een natuurlijk geloof, het welk alles befchouwt als afgetrokken waarheid, zonder zichzelvên in aanmerking te neemen.

Men moet mij wel verftaan, om zichzelvên niet in verwarring te brengen. Ik zegge niet, dat er geen zaligmaakend geloof is, noch leevendig werkzaam is , daar men dat vertrouwen niet leevendig gewaar wordt, waar door ik mijzelven Christus in het bijzonder toeëigene, als van God, niet alleen aan anderen, maar ook aan mij in het bijzonder, gefchonken, en in Hem beruste. Zeker, in dezen kan de ziel fomtijds langen tijd donker en duister ftaan, door gemis van dat helder en uitgebreid licht in het Evangelie, en in Christus, in zoo verre als Hij ook aan haar in het bijzonder gefchonken wordt. De Heilige Geest heeft daar in zijne

wijze en heilige tijdsbedeeling. . Maar dit wil

ik alleen, dat, wanneer de Waarheden aangaande den lijdenden , gekruisten , geftorven, en begraaven Christus , naar het Evangelie •—— wanneer Christus zelf, als zoodaanig, door een zeker licht en kennis des waaren geloofs aan mijn verftand

bekend worden; dat als dan welke de maatè

en trap dier kennis ook zijn mooge, en hoe verre die voorwerpen des geloofs met meer of minder

licht aan mij ook moogen bekend zijn — mijn

verftand alle die Waarheden , zoo verre ik die kenne , Christus zeiven, zoo verre Hij aan mijn verftand met dat geloofslicht bekend wordt , be~ fihouwt, kent, en inziet , met toepasfing op zichzelvên, en dat d»aar door ook mijn wil, juist geregeld naar dat licht van kennis, omtrent dat alles