Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512 V E R K L A ARINC VAN DE

maaien gefchiedt in het Evangelie, onder verfchillen« de fpreekwijzen ; Luk. XXIV: 50, 51. ook Markj XVI: 19.Hand. I: 9,en 11:33. Zonder dat hij echter onkundig is, dat dit ook in eenen daadlijken zin van Christus zei ven gebruikt, en van Hem gezegd wordt, dat Hij opvaar en zoude , opgevaaren is; Joan. XX: 17. Eph. IV 8-10. Jefus zelf zegt tot zijne leerlingen , dat Hij zoude heenen gaan tot zijnen Vader , tot Hem, die Hem gezonden had. Joan. XIV: 28. XVI: 5, ï 7. Paulus zegt, dat Hij is ingegaan , als de waar^ Hoogepriester, in het binnen ft e Heilig' dom, Hebr. VI: 20; IX: 24. —-. Het is intusfchen opmerkelijk , dat die hemelboden, van God gezonden tot de disfipelen, toen deze hemelvaart gebeurde , om hen te troosten , in hunne troostrede juist die tweederlei manier van fpreeken gebruiken. Zij zeggen eerst^ dat Jefus in den hemel is op' g'noomen, daarna, dat Hij naar den hemel is heenen gevaar en. Hand. I: 11. -—- Dit doen zij niet alleen, om te leeren, dat beide in dit geval waarheid was, zoo dat Christus door dezelfde Godlijke kracht is opgevaaren, als waar door Hij, van 'sVaders zijde;, opgenoomen werd; en tevens,- dat gelijk de Vader Hem verhoogde, Volgens zijne belofte $ de Zoon, als Borg, ook dien beloofden loon in bezit genoomen heeft.; maar, naar mijn inzien, verkondigen zij in het eerfte lid aan de disfipelen, dat Jefus waarlijk in den hemel reeds was opgenoomen en ingekoomen; doch het geen de disfipelen mes

hunne lighaamlijke oogen niet zien konden *

waarom het dan ook onnut was, verder aldaar te blijven ft aan, en hunne oogen hemelwaards te hef'

fen,

Sluiten