Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 VOORAFGAANDS VERHANDELING OVER

vrijmagtigen God, alleszins waardig en betaamelijk zij, en tevens beftaanbaar met zijne oneindige'heerlijkheid; — dat zulk eene verklaaring,, ten aanzien van het maaken van zulk een Verbond, uit vrije genade, in Christus, tot zaligheid van den fchuldigen, onreinen, en doodlijk onmagtigen zondaar, Gode niet onteert, als men ftelt , dat het fluiten van dit Verbond, en dus deszelfs waarheid en vastigheid, geheel afhangt van de inwilliging, toeftemming, overeenftemming, en het eens worden van dien zondaar met God; en dat God zulks ten dien einde van den zondaar eischt, als iets, dat noodzaaklijk gevorderd wordt, tot het daadlijk beftaan van dit Verbond?

Is het ook niet noodig, dat wij zekere bedenkingen, die zich van zeiven in dit gewigtig ftuk voordoen, naauwkeurig in aanmerking neemen, en voldoende voor ons gemoed, de genoegzaame reden wecten aantewijzen — gefteld, dit is zulk een wederzijdsch Verbond, zulk een onderling verdrag en overeenftemming tusfchen God en den zondaar — voor eerst, Waarom men dan overal in Gods Woord leest van Gods Verbond met de menfchen, nooit van ,sme?tfchcn Verbond met God? Men zou zeggen, men moest immers hier of daar leezen , dat ook dit een Verbond was van de menfchen met God? Want al is het, dat dit Verbond van de zijde Gods alleen koomt en voorgefteld wordt ; de mensch, de zondaar, de uitverkooren zondaar ftemt immers, volgens de gewoone verklaaring, met God in dit Verbond in; hij koomt in dezen met God overeen, en wordt het eens mzt God. Dus is het

ook

Sluiten