Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220 verklaaring van DE

welke , en zoo als die in bet heilig Nachtmaal beteekend en verzegeld, toegediend, en geloovig genooten wordt. Vraage LXXVI. — Men vergt van hem, dat hij duidelijk aantoone, dat zijne geloofsleere waarlijk fchriftuurlijk is, en het heilig Avondmaal met de daad, naar het oogmerk der inftelling van Christus, een teeken en zegel is van die onzichtbaare genade. Vraage LXXVII- Dan beproeft men hem, of hij ook in ftaat is, om de dwaalende begrippen des aangaande, te keer te gaan.

Vraagen LXXVIII, LXXIX, Éindelijk begeert

men van hem , eene duidelijke afteekening en aanwijzing, zoo van het onderfcheid tusfchen hét heilig Nachtmaal en de paapfche Mis; als ten aanzien van de Peifoonen, welken het heilig Avondmaal wel en wettig, naar het oogmerk van deszelfs inftelling, gebruiken. Vraagen LXXX, LXXX1.

Eerst laat men hem in het geloof belijden, wat hij denkt, voor zichzelven, van het Avondmaal des Heeren, in deszelfs waaren aart, en wat daar in ven Gods wege gefchiedt. Men geeft hem daar toe gelegenheid, in de

LXXV. vraage.

Hoe wordt gij in het heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de eenige Offerande van Christus , aan het kruis volbragt, en aan al zijn goed, gemeenfehap hebt ?

andwooru.

Alzoo, dat Christus mij, en allen gcloovigcn, tot zijne gedachtenis van dit gebrooken brood te eeten ,

f- en

Sluiten