is toegevoegd aan uw favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43° VERKLAARING VAN DE

leeden, dat de 'goede werken vruchten des geloofs zijn, waar uit blijkt , dat wij waarlijk geloovig leeven; had hij reeds aangeweezen, dat die goede werken moesten gedaan worden, opdat God daar door van ons zoude gepreezen worden; had hij de bekeering, of onze verandering van ftaat, door de vernieuwing onzes gemoeds, reeds als een grond-

beginfel der waare goede werken afgeteekend er

bleef nu flegts één ftuk over, behoorende tot de vereischten der goede werken, het welk nog nader overwoogen moest worden. Dit was, naamlijk, de regel, naar welken de goede werken moeten gefchieden. Hij had gezegd, dat tot een goed werk ook behoorde, dat het gefchiedde naar Gods Wet. Hoe noodzaaklijk was het dan, dat hij aanwees, naar welke Wet van God dit gefchieden moest, en wat die Wet van ons vorderde, om door zulke dankbaare werken, naar die Wet geregeld, God in het geloof, als onzen verzoenden God en Vader in Christus, in liefde te dienen en te verheerlijken. Dit nu gefchiedt in de volgende Vraagen. Men vraagt hem, welke die Wet was,

waar naar onze goede werken moesten geregeld worden, en welke derzelver inhoud was; in de

XCII. VRAAGE.

Hoe luidt de Wet des Heeren?

ANDWOORD.

God fprak alle deze woorden, Exod. XX: 2. en Deut.V: 6. e. z. v.

Mij