Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

493 VERKLAARING VAN ö E

bond onnut, onnoodig, en onbetamelijk ware, eenen Eed te doen. Onze Christen toont echter,

dat hij geenszins alle ligtvaardige, losfe, onbedachtzaame, valfche, en bedriegelijke eeden goedkeurt, of dat men in z:jn gemeen gefp-rek, veelal om menfchen te misleiden , eene gewoonte van zweeren maake. Dit, wist hij, had Jefus, ter befchaaming van het boos misbruik van den Eed bij de Jooden, ftrenglijk verbooden. Matth. V: 34-37. en jakobus, in zijnen Brief, Hoofdfi. V: 12. Ook veroordeelt hij zulke eeden, waar in dubbelzinnigheid, en dubbelzinnige woorden en fpreekwijzen, ofwel leugenachtige en bedriegelijke achterhoudingen en verzwijgingen, plaats hebben. Daarom bepaalt hij de

gevallen, waar in dit gefchieden mag; naamlijk, als het de Overheid vordert. Het zij, in getuigenisfeo der waarheid; of in beloften van fchuldige trouwe. Hier in wordt vereischt, dat het niet alleen waarheid zij, maar dat men ook ontwijfelbaar wcete, dat het waarheid is, het geen, en zoo als rren getuigt; of ook, dat men, oprecht en getrouwlijk , de waare meening en het voorneemen zijnes harten betuige , in het geen men belooft, en waar toe men zich verbindt; om het zelve in alle deelen te houden, naar zijn vermogen. Ps. XXIV: 4. met XV: 4. vergeleeken. Het geen bijzonder in ambten, bedieningen , onderhandelingen, verdragen, en koopmanfchappen plaats heeft. Hij voegt er bij: Als het de nood vordert. Er kunnen in de burgerlijke maaitfchappij veele gevallen aanweezig zijn, waar in de Eed noodzaaklijk, en een allerfterkfte band is. Ook kunnen er zulke gevallen zijn, waar in de Eed noodzaaklijk

wordt,

Sluiten