Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$00 verklaaring van de

Onze Christen heeft dan genoegzaam getoond, dat men godzaligiijk bij Gods naam eenen Eed mag zweeren. Edoch, men mag dien Eed niet misbruiken; noch bij fchepfelen zweeren. Daar omtrent wordt hem nu gevraagd, in de

CII. VRAAGE.

Mag men ook bij de heiligen, of bij eenige andere fchepfelen, eenen eed zweeren?

a N D W 0 O R D.

Neen. Want een recht eedzweeren , is God aanroepen, dat Hij, als die alleen het hart kent, der waarheid getuigenis wil geeven; en mij ftraffen, indien ik valschlijk zweere: welke eer aan geen fchepfel toebehoort.

In de Vraag wordt bedoeld, die blinde Heidenfche dwaaling, weike in de Roomfche Kerk zeer fterk gedreeven wordt; volgens welke men, op het voetfpoor der Jooden, geoorloofd acht, in zekere gevallen, bij heilige perfoonen, bij heilige plaatfen, en bij heilige zaaken te zweeren.

Maar onze Christen andwoordt rondborstig: Neen ; dit mag niet gefchieden. — En hij geeft daar van eene bondige reden; zeggende: Want een recht eedzweeren is God aanroepen. Dit is ook waailijk zoo, indien men godzaligiijk bij den naame Gocs eenen eed zweert. Ook kan dit alleen gelchieden in eenen eed bij God -— omdat Hij alleen het harte

kent —— der waarheid getuigenis kan geeven ■

|« mij jlrajfen , indien ik valschlijk zweere ; het

welk

Sluiten