is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het aderlaaten, de ontsteeking, het bloedspuwen, en de teering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAANE UITTEERING, EN DERZELVER GENEEZ. 435

conftitutie, welke zeer vatbaar voor deeze ziekte was; de pols was redelijk fterk, maar veel fchielijker dan naar gewoonte; bijna één uur na den middag, kwam de koorts aan, met eene voorafgaande koude rilling, en hoest, waarop eene vliegende hette volgde, welke de wangen als met een roozenrood kleurde; met het toeneemen der hette werd de dorst mede grooter; tegen vijf uuren des avonds, waren de polsflagen tot honderd en tien geklommen — na deezen tijd verminderden dezelven, zo dat tegen 9 uuren *s avonds, eene remisfie met fterk zweet volgde: de Lijderes klaagde over eene zwaarte eri drukkenden laft op de borft,en fomtijds gevoelde zij ook eene fteeking in dezelve,'twelk ik aanmerkte als gevolgen van het terugblijven der maandftonden , voornaamlijk, daar zij vóór de ziekte, gewoon was, deeze periodifche evacuatie, zeer fterk te hebben , enz.; de expettoratie van flijm was niet fterk, en flechts fomtijds met een weinig etters vermengd,gelijk in de verkoudheid wel waargenomen wordt; de eetlust was weg, het minfte dat zij gebruikte, bragt vermeerdering van benaauwdheid, en bezwaarenis bij, des konde zij de aangepreezene gort niet verdraagen; de Kina, zo wel als de balfemen, fcheenen de hette en koorts te vermeerderen, gevolglijk moesten hier geheel andere hulpmiddelen ter hand genomen worden; en daar de Lijderes van mij wenschte te weeten, of ik nog wei eenige hoop op haare herftelling hadde, ftelde ik haar met het volgende te vreden.

Vooreerst zeide ik, dat haare ziekte geene aangeborene, en ook tot dus verre, nog geene ongeneezelijke teering was; en offchoon uit de uitwendige kentekenen, naamlijk, uit de ftruótuurhaarslichaams bleek, dat zij vatbaar voor de uitteering, en jDok door den langdunrigen omgang met haare overEe %