is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de TWEE VERBONDSHOOFDEN. 43?

dig te zijn aangaande de diepte en de kragt van 's menfchen verdorvenheid, als ook aangaande de volftrekte noodzaaklijkheid van een ander zoenmiddel, dan dat der offerdieren, en andere Godsdienst - plegtigheden. Maar aangaande de bron, waar uit die zedelijke toeftand van het menschdom zijnen oorfprong ontleent, en het middel, door het welk dezelve kan weggenoomen.worden, nebben zij met alle hunne redekavelingen geene de minfte ontdekking kunnen doen. Zeer aanmerkelijk zijn ten deezen aanzien de woorden van eenen voornaamenPlatonifchen Wijsgeer, die te Rome gebloeid heeft, met naame Maximus Tyrius; die, in de xvide van zijne Griekfche Redenvoeringen , over dit onderwerp op deeze wijze fchrijft : „ Wanneer ik mij wend tot de „ kwaaden deezes leevens, en daar aan denk, ,, zo kan ik niet nalaaten te vraagen, van „ waar toch dezelve herkomftig zijn; welke de bronnen daar van zijn; welke de eerfte „ oorfprong zij. Zijn zij uitMoorenland met de „ pest ? of uit Babel met Xerxes ? of uit Ma„ cedoniën met Filippus gekomen ? Niet uit .„ den Hemel voorzeker.! niet uit den Hemel. „ Want uit deezen Godlijken oord is alle „ kwaadheid verbannen. Hier nu, hier is mij „ eene Godlijke openbaaring noodig! Laat ons ,„ derhalven de Goden raadplegen. O Jupiter Ee 3 „ en