Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 Voorbereidende VERHANDELING

fte vereeniging met Christus tot één lighaara onderfield. Uit deeze vereeniging vloeit hunns gemeenfchap aan Christus dood en opfianding voort. Dit bewijst de Apostelen uit den aart van deeze gewigtïge waarheid'betoogt hij de valschheid van de „befchuldiging'*, die tegen zijne leer werd ingebragt. Hij beredeneert dit onderwerp met toeëigening tot ds geloovigen uit de Heidenen, naar vereisen van het oogmerk van deezen brief.

i

Het tweede deel deezes Hoofdfiuks ftrekc zig uit van w. 11 - 23. Hetzelve ftaat in een zeer natuurlijk verband met het eer/Ie. In het ter fit deel heeft Paulus, zo verre zulks tot zijn ^oogmerk diende, gehandeld over het geestlijk leeven der geloovigen met betrekking tot hunnen grondftaat, en getoond, dat dezelve al te zamen,zo wel de geloovigen vitte Heidenen,^ uit de Jooden, ten deezen aanzien verheven waren boven het bereik van de heerfchappij der zonde. In het tweede deel onderfielt hij, dat het geheel anders gelegen was met het geestlijk leven der geloovigen in opzigt tot hunne praktijk ; dat ten deezen aanzien hun geestlijk leeven aan afneemen en diep verval onderwon

Sluiten